Twin Town
Met: Dougray Scott, Llyr Evans, Rhys Ifans, William Thomas
Regie: Kevin Allen


Het gaat goed met de Britse filmindustrie. Na de magere jaren 80 klom men met achtereenvolgens A Fish Called Wanda, Four Weddings And A Funeral, Shallow Grave en Trainspotting uit een diep dal. Talent en kleine, maar werkbare budgetten zorgen inmiddels voor een constante stroom goede films. Twin Town is het meest recente voorbeeld van de nieuwe Britse cinema. Onder begeleiding van Danny Boyle en Andrew McDonald, de makers van Trainspotting kreeg acteur Kevin Allen de kans om zijn regiedebuut te maken.

Dat het eindresultaat meer dan een paar parallellen met Trainspotting vertoont is dan ook niet zo verwonderlijk: vreemde personages, inktzwarte humor en druggebruik zijn ook hier de basisingrediënten.

De broers Julian en Jeremy Lewis zijn de lokale drop-outs van de minieme badplaats Swansea in Wales. Ze wonen in een woonwagen met hun werkloze vader, hun moeder, hun zus die in een bordeel werkt en de hond Cantona. Als pa tijdens een zwartbetaald klusje voor de lokale miljonair van een ladder valt weigert de opdrachtgever de ziekenhuisrekening te betalen. Als de broers zich met de situatie gaan bemoeien loopt het geheel langzaam maar zeker volledig uit de hand. De miljonair heeft een troef achter de hand in de vorm van de corrupte agenten Terry en Greyo die hun tijd vooral verdoen met het dealen van drugs en het pesten van kinderen en die dus voldoende gelegenheid hebben om de Lewis-broers het leven zuur te maken. Alles blijft redelijk binnen de perken totdat Terry (Dougray Scott, die eerder te zien was in de briljante BBC-serie The Crow Road (bericht voor de VPRO: aankopen!)) bij een moordaanslag op Cantona onbedoeld het halve gezin Lewis ter ziele helpt.

Op zich is het verhaal niet meer dan het standaardplot van een misdaadfilm, met de plaatselijke multimiljonair die de hele gemeenschap in zijn macht heeft, inclusief de corrupte politiemacht. Dat dit zich allemaal in het gehucht Swansea afspeelt blaast het afgezaagde gegeven weer nieuw leven in: iedereen vindt zichzelf heel wat in deze film, maar allemaal zitten ze vast aan het verlopen dorp. Buiten de gemeentegrenzen stellen ze totaal niets voor. Kevin Allen neemt een standaard gangsterplot, verkleint het en maakt op die manier niet alleen de locatie en de personages belachelijk, maar ook het genre.