Wat ik me nog wel weet te herinneren

O god, nou moet ik weer gaan terugblikken. Dat krijg je er nou van. Het is leuk om met z'n allen af te spreken om ieder een persoonlijke terugblik op 1997 te schrijven, maar als je er eenmaal echt over gaat nadenken, wordt 't toch wat moeilijker.


Ik herinner me namelijk bijna niks van dit jaar. Tenminste wat nieuws betreft. Ik weet nog dat het koud was tijdens de winter, en dat ik desondanks die hele winter heb overleefd zonder ook maar één keer een sjaal of muts te dragen. Dat ik dankzij de ijzel op nieuwjaarsdag op het fietspad heb kunnen schaatsen. Dat ik een paar keer flink op mijn bek ben gegaan omdat mijn schaatsen te bot waren (en dat nu nog zijn).

Het jaar begint voor mij pas eind januari, tijdens het Rotterdams filmfestival. Ik zat dit jaar in mijn afstudeerjaar van de HBO, dus vrije tijd zat. Perskaartje geregeld en twee weken helemaal niets anders gedaan dan films kijken, films slapen, films eten en films ademen. Jackie Chan was er, Maggie Cheung was er, Takeshi Kitano was er. Tom's twee weken durende privéhemel. Ik was totaal van de wereld. Las geen krant, zag geen tv. En o, de ontwenning na afloop. Na het zien van de laatste film had ik geen cent meer op zak en ging ik moedeloos naar huis. Het was, snik, over. Dat gevoel zal ik ongetwijfeld ook volgend jaar weer gaan voelen. Geruchten gaan dat Chow Yun Fat weleens de eregast zou kunnen zijn. Overdoses adrenaline en stapels fotorolletjes liggen al klaar.

Ik heb gedwee het afstudeerprogramma van school gevolgd, ben op een belachelijk makkelijke manier afgestudeerd (ik schreef veertig bladzijden vol over film en nieuwe media en blufte me door het eindgesprek heen: zie daar een HBO diploma), blondeerde mijn haar na er een jaar over getwijfeld te hebben, liet het precies op tijd weer uitgroeien (één woord: Gordon) en, in de woorden van David Lee Roth, I started a band. Oftewel: het succesverhaal dat Project A heet.

Degenen die ons al vanaf het begin volgen weten dat we begonnen zijn als puur cultfilm magazine. Ik liep al een kleine twee jaar met het idee rond om een kleinschalig fanzine over cultfilms te beginnen en miste de financiële middelen om dit realiseren. Tegelijkertijd liep Hubert, zonder dat ik daarvan wist, rond met plannen om op het net een magazine te beginnen, maar hij had niemand om teksten en artikelen te schrijven. En zo gebeurde het dat we op een avond, tijdens het uittesten van een camera voor Wat Gebeurt? (hij komt er, eerlijk!) ieder die onbewust perfect op elkaar afgestemde gedachten naar buiten brachten. Project A was geboren. Vijf dagen later stonden we op het net. Zes dagen later hadden we een sponsorcontract op zak. Zeven dagen later mochten we Paul verwelkomen. En drie weken later was Jackie Chan terug in Rotterdam.

Ik weet dat we je d'r al mee doodgegooid hebben, maar ik kan er niet omheen. Zo vaak gebeurt het namelijk niet. Je grootste held in je eigen home town. Voor drie maanden. En jij mag meedoen. Drie maanden lang heb ik met mijn hoofd in de wolken gelopen, mezelf op een erg leuke manier confronterend met het feit dat ik nog gewoon een overenthousiaste, druk fotograferende en handtekeningvragende fan ben. En gelukkig maar. Een beetje de serieuze volwassene uithangen kan ik ook als ik tachtig ben. Als ik mezelf op mijn 23ste al als volwassene zie, hoe moet ik dan over mezelf denken als ik veertig ben? Er zijn al genoeg twintigers die zichzelf heel volwassen vinden. Ik doe wel wat anders. Anyway, Jackie was daar en ik genoot er met volle teugen van, culminerend in een miniem rolletje in de film. Jackie ontmoet, Mike Lambert ontmoet, Brent Houghton ontmoet, regisseur Benny Chan ontmoet. Wat kan een HK-filmverslaafde zich nog meer wensen?

De ontwenningsverschijnselen toen het hele circus weer richting Azië vertrokken was kwamen bekend voor. Het was precies wat ik na het filmfestival voelde. Ik ving het gedeeltelijk op door als een gestoorde te gaan schrijven (drie filmscripts in twee maanden), maar toen was daar werk. Tenminste, als je het zo mag noemen, want eigenlijk is het daar te leuk voor. Ik had mijn schrijverij voor Project A als uithangbord gebruikt om in dezelfde richting wat (betalend) werk te vinden. Een mens moet toch wat. Blijkbaar heb ik toch iets goed gedaan, want binnen de kortste keren werkte ik als freelancer voor bladen als Blvd, Skrien en Movie. Ik was eerlijk gezegd helemaal niet van plan om deze richting op te gaan, maar een beetje aansporing van buitenaf doet wonderen (waarvoor dank, Elike). Wat ik dan wel had gedacht te gaan doen weet ik nu nog niet, ik ben niet bepaald het kantoortype (zie voor verdere uitwerking van deze kant van mijn psyche: Wat Gebeurt? Boek 2). Maar ik ben niettemin blij dat het zo gelopen is.

En wat gebeurde er verder nog waar ik niks mee te maken had? David Warbeck ging dood (evenals nog een paar minder bekende personen), Feyenoord kocht de grootse Igor Korneev, stelde hem niet op, maar won wel met 2-0 van Juventus, de winter was koud, de zomer was warm (hoezo veranderend klimaat? Een koude winter en een warme zomer lijken me niet meer dan vanzelfsprekend), de Dolly Dots maakten een succesvolle comeback, bekende Nederlanders blijken niet te kunnen autorijden (waarschijnlijk omdat ze afgeleid worden door al die knokpartijen langs de snelweg) en de Oscars gingen weer naar de verkeerde films.

Nog anderhalve maand. Dan begint het Rotterdams filmfestival weer.

Prettige dagen,

Tom Mes