 |

Deel 5 (tevens slot): Eind goed, al goed
We hebben exploitation gehad. We hadden kannibalen en we hadden zombies. En het is allemaal over. Deze genres hebben hun beste tijd al lang gehad en zijn een zachte dood gestorven. De Italiaanse low budget shock cinema bestaat niet meer. De enige exploitation filmmakers die tegenwoordig nog succes hebben zijn de mensen achter die Amerikaanse video-knokfilms, de porno-industrie en de makers van erotische thrillers. Italië heeft het verloren en krijgt het waarschijnlijk ook nooit meer terug.
Er rest mij nog één genre te bespreken en dan stop ik er zelf ook maar mee. Het betreft hier een genre dat geboren is in Italië, uiteraard, maar dat groot en berucht is geworden in Amerika. Ik heb het over mondo. Een prachtig, simpel en illuster begrip dat staat voor een genre van documentaires des doods. Gualtiero Jacopetti en Franco Prosperi (hij weer) maakten in 1963 Mondo Cane (letterlijk: hondenwereld), een compilatie van authentiek filmmateriaal over vreemde gebruiken van primitieve volkeren. Begeleid door commentaar dat balanceerde op de rand van racistisch en simpelweg denigrerend werden beelden getoond die in eerste instantie bedoeld waren om te shockeren. Mondo Cane toonde martelingen, maar ook meer onschuldige rituelen en werd een enorm succes, mede dankzij de populariteit van het themanummer "More", dat zelfs een Oscar voor het beste filmlied in ontvangst mocht nemen.
Jacopetti en Prosperi herhaalde het truukje twee jaar later met Africa Addio, later heruitgebracht met de veel leukere titel Africa Blood And Guts, en hun collega's herhaalden het de daaropvolgende jaren eindeloos met titels waar bijna altijd het woord 'mondo' in voorkwam: Mondo Bizarro, Mondo Sexo, Mondo Pazzo. In de jaren zestig was de inhoud nog braaf en gericht op ongewone gebruiken van een of andere (sub-) cultuur. De nieuwe hardheid van de jaren zeventig leidde tot steviger werk. Savage World, Shocking Asia en This Is America hadden het woord mondo misschien niet meer in de titel, maar werden als genre nog wel aangeduid als 'mondo'. Het accent verschoof steeds meer van ongewone rituelen naar de dood in al zijn facetten. En als daarbij de authenticiteit onder de sensatie moest lijden, dan was dat jammer.
Mondo stierf in de jaren zeventig dankzij de stortvloed van gelijksoortig produkt een vlugge dood. De reanimitie van het genre kwam echter vrij snel, met de meest beroemde, danwel beruchte, mondofilm ooit: het Amerikaanse Faces Of Death. Dit was hèt. Dit is waar moderne mythes en legendes van gemaakt worden. De reputatie van Faces Of Death heeft in de jaren die volgden alleen maar aan kracht gewonnen, getuige de recente paniekaanval van Erica Terpstra over de macabere fascinaties van de schoolgaande jeugd. Op zich was dit best een vermakelijk schouwspel maar toch dreigde het geheel eventjes anti-democratische vormen aan te nemen. Er werd gedaan of deze fascinatie voor Faces Of Death (inmiddels aan deel vier toe) iets geheel nieuws was, een nieuw signaal van de verruwwing onzer jeugd en onzer maatschappij. Elke twintiger kan hierom lachen en zeggen dat Faces Of Death in zijn of haar middelbare (en zelfs lagere) schooltijd precies dezelfde illustere, magische en morbide aantrekkingskracht had. Ook toen, ruim tien jaar geleden, was je het helemaal als je kon vertellen over het aapje waarvan de schedelpan afgehakt werd of over die man die door een beer werd aangevallen. En steevast maakte je daarbij de opmerking dat Faces Of Death het goorste was dat je ooit gezien had.
Voor degene die al het mondogedoe gemist heeft en nu wel erg nieuwsgierig is geworden is er goed nieuws en slecht nieuws. Het slechte nieuws is dat de mondo-film zo goed als dood is. Veel videotheken hebben, zelfs na Terpstra's lastercampagne, nog wel een paar exemplaren van Faces Of Death in de schappen liggen, en als je veel geluk hebt ook nog een door het personeel vergeten andere titel (vooral bij videotheken die zich nog niet bij een ultra-steriele en ultra-zuigende franchise als het verderfelijke Videol**d hebben aangesloten, en nog de heerlijke vage rommel uit de jaren tachtig hebben liggen, de dozen inmiddels verkleurd omdat ze al jaren op dezelfde plek liggen. Het zijn er niet veel meer, maar ze bestaan nog), maar de produktie van mondo is passé. Er komt niets nieuws meer bij. Je zult het met het oude spul moeten doen. Voor zover je het kunt vinden.
Het goede nieuws is echter dat mondo, dood als het in speelfilmvorm ook moge zijn, op een ander medium de hit van de afgelopen jaren is. De stortvloed aan Nederlandse commerciële zenders heeft ook een stortvloed aan reality-tv tot gevolg gehad. Het begon ooit met door William Shatner gepresenteerde, in scene gezette reddingsacties, maar inmiddels zitten we naar pure mondo te kijken. Mensen die zich doodrijden, te pletter vallen, doodgeschoten worden, aangevallen worden door dieren (klinkt het al bekend?), allemaal door de camcorder van de buurman geregistreerd en allemaal aan elkaar gepraat door een of ander lekker wijf dat zojuist haar studie communicatie in Utrecht danwel Amsterdam (Hilversum ligt er precies tussenin) heeft afgemaakt.
Voormalig ideale schoonzoon van de Tros Tom Mulder maakt in de reclameblokken van diezelfde zenders reclame voor Time-Life videobanden vol auto-ongelukken, prooiverslindende roofdieren en mislukte parachutesprongen. "Beleef de doodsangst, voel het risico van deze waaghalzen". Het is allemaal precies hetzelfde als in de bioscoop in de jaren zeventig of de louche videotheek in de jaren tachtig.
Erica T. te 's-G. kan verbieden wat ze wil, Videol**d kan uit de schappen plukken wat het wil. Het doet ons niets. Het is daar als we het willen. Elke dag rond etenstijd. Of zelfs op prime-time. Waar dacht je dat de bedenkers van America's Funniest Home Videos en De Leukste Thuis hun ideeën vandaan hadden? Mondo is een volksvermaak geworden en het volk weet het niet eens. Victorie! Italosplatter is onder ons!
Tom Mes
  
|