SPAGHETTI SPLATTER DEEL 3


De Italiaanse kannibalenfilm ontleed

Jonathan Ross sloeg de spijker op zijn kop toen hij het hele Italiaanse kannibalengenre in één zin omschreef: "People pretending to eat each other on a very low budget". Want één ding moet ik toegeven; de films die in dit stuk beschreven worden zijn volgens alle gangbare criteria bar slecht.




Gelukkig zijn onze criteria niet de meest gangbare en laat ik me door andermans mening niet tegenhouden. Ik houd van de Italiaanse kannibalenfilm in al zijn imperfecte non-glorie. Rijkelijk vloeiend bloed, afgehakte ledematen, opengesneden lichaamsholtes, uitgetrokken ingewanden, mensen gespiest op vlijmscherpe boomstammen, amputaties van edele delen, doorboorde vrouwenborsten en natuurlijk eindeloze buffetten met als hoofdgerecht menselijk vlees. Alles uitgevoerd door hersenloze figuranten met pruiken en lendedoeken onder de manipulatie van geldhongerige Italiaanse filmproducenten. Nagel mij niet aan de schandpaal; onze jongens van de VN-vredesmissies kunnen het in het echt nog veel beter.

Het vreemde aan de kannibalenfilms was dat ze er, begin jaren zeventig, ineens waren. Zonder de rijke voorhistorie van de nauw verwante zombiefilm, zonder een direct aanwijsbare maatschappelijke oorzaak. Kannibalisme in films en fictie is niets nieuws, zoals iedereen die bekend is met Robinson Crusoe weet, maar de invulling die de Italianen eraan gaven was volslagen nieuw: de kannibaal als nieuw archetype van de horrorfilm.

De horrorfilm heeft vanaf het begin een aantal archetypen ontwikkeld. Als bedreiging van de held zagen we de vampier, het ding zonder naam (het monster van Frankenstein en collega's), de seriemoordenaar, de weerwolf en het bezeten huis. De kannibalen komen nog het dichtst in de buurt van de zombies, die op zichzelf weer een vermenigvuldigde variatie op het ding zonder naam zijn. De kannibalenfilm heeft zijn wortels dan ook niet in de griezelfilmtraditie, maar in de avonturenfilm.

Het stereotype gegeven van de Italiaanse kannibalenfilm is de extreme cultuurschok: een groep blanken gaat om wat voor reden dan ook een junglegebied in en wordt belaagd, gevangen en opgegeten door de "laatste" kannibalenstam. De banden met Tarzan en Robinson Crusoe zijn strakker dan die met Night Of The Living Dead. Het genre blinkt ook niet uit in spanning of angstwekkendheid, maar in ultragore effecten en het uitgebreid tonen van wreedheden. De enige film die als voorbeeld voor bovenstaand gegeven heeft kunnen dienen is de western A Man Called Horse (1970), waarin Richard Harris door het ondergaan van diverse martelingen zijn waarde moet bewijzen aan een indianenstam.

Datzelfde uitgangspunt gebruikte Umberto Lenzi voor zijn film The Man From Deep River, ook bekend als Mondo Cannibale, waarmee hij in 1972 het kannibalengenre uitvond. De film werd de blauwdruk voor het hele genre dat zou volgen. De kannibalen en hun wreedheden scoorden en dus moest er een vervolg komen. Lenzi had daar echter weinig zin in. Hij was al begonnen met zijn volgende film, de thriller Napoli Violenta, en was ontevreden over zijn verdiensten voor het regisseren van The Man From Deep River.

Hoewel Lenzi met het idee van de kannibalen was gekomen lagen de rechten bij de producenten. En die gingen gewoon op zoek naar een vervanger. Ruggero Deodato moest het gaan doen. Zijn Ultimo Mondo Cannibale nam dezelfde acteurs en kopieerde alle sensationele elementen die Lenzi's film een succes hadden gemaakt en die het hoofdingrediënt zouden vormen van alle films die zouden volgen.

Elke kannibalenfilm begint zoals gezegd met een groep blanken die om wat voor reden dan ook de jungle intrekken. Daar komen zij in aanraking met een kannibalenstam, die meestal de laatste kannibalenstam ter wereld blijkt te zijn. Vaak doet men erg mysterieus en filosofisch over het feit dat kannibalisme niet zou bestaan, maar al snel wordt men met de neus op de feiten gedrukt. Immers, zolang er nog gierige Italiaanse filmproducenten bestaan, bestaan er kannibalen. De blanken worden gevangen en in lang uitgesponnen, ultragore scenes één voor één gemarteld en opgegeten (het maakt niet uit hoeveel blanken er zijn, de kannibalen hebben altijd honger). Een van de blanken overleeft het drama en weet te vluchten naar de bewoonde wereld, (altijd New York, Italiaanse horrorfilmers hebben een onverklaarbare fascinatie met die stad en laten altijd minstens één scene in Manhattan spelen) waar hij/zij de belevenissen voor zich houdt en als zwaar getraumatiseerde verder door het leven gaat.

Nu is dit allemaal niet zo heel erg schokkend, omdat de films low-budget knulligheid vaak veel van hun impact verliezen, maar er is één element dat de kannibalenfilms nogal moeilijk te slikken maakt. In iedere film zitten namelijk steevast scenes waarin de acteurs dieren moeten slachten. Echte dieren, geen special effects. Lenzi is de man aan wie we dit te danken hebben en ook Deodato nam het in zijn vervolg over. In Ultimo Mondo Cannibale zien we de als inboorlingen uitgedoste figuranten een krokodil vangen, waarna een mes door de hersenpan gestoken wordt. Het dier worstelt uit alle macht, kronkelend van pijn. Het heeft nauwelijks nut. Binnen een minuut is het dier gevild, uitgehold en hangt het vlees boven het vuur te braden. Lenzi beweert nog steeds dat het in zijn films special effects waren. "I don't want people to think I torture animals. Most of what you see in the film is special effects, and if you look carefully, it shows", zei hij in een interview met het Amerikaanse blad Gorezone. Ik heb heel goed gekeken en kwam maar tot één conclusie: dit is verre van fake. Deodato maakte minder omslachtige excuses. Hij gaf toe dieren te hebben laten doden, maar beweerde dat die altijd als maaltijd voor de crew of de lokale bevolking dienden. Ik heb zo mijn twijfels, want eenieder die de vers geslachte schildpad uit Deodato's Cannibal Holocaust ziet, is gegarandeerd zijn eetlust kwijt.

Na Ultimo Mondo Cannibale volgden twee uitermate zwakke imitaties. Sergio Martino's tamme La Montagna del Dio Cannibale, waarin twee van de hoofdrollen werden vertolkt door Ursula Andress en Stacy Keach, en het onthutsend slechte I Cannibali van Franco Prosperi. Deze laatste film slaagt erin met afstand de slechtste kannibalenfilm ooit te zijn, wat een hele prestatie genoemd mag worden. Beide films hielden zich strikt aan de regels van het genre. In La Montagna del Dio Cannibale, dat zich voordeed als een vervolg op Ruggero Deodato's film, gaat een vrouw op zoek naar haar man die op een expeditie vermist is geraakt en in I Cannibali gaat een man op zoek naar zijn dochtertje, dat tien jaar eerder werd ontvoerd een groep inboorlingen (waarom hij daar tien jaar mee wacht is mij niet geheel duidelijk, maar het was waarschijnlijk een excuus om de nu volgroeide dochter veelvuldig naakt door het beeld te laten lopen).

In deze eerste vier films ligt de nadruk nog grotendeels op avontuur. De gore effecten spelen slechts een bijrol, wat de films voor de gemiddelde filmkijker niet al te angstaanjagend maakt (hoewel, angstaanjagend slecht misschien). Ruggero Deodato zei over zijn Ultimo Mondo Cannibale: "I like this movie and there's not too much violence. Cannibal Holocaust is different...". Een dergelijke uitspraak pleegt men doorgaans een understatement te noemen. Cannibal Holocaust was het keerpunt in het kannibalengenre, de film waarin de onschuld ruw terzijde werd geschoven. Wat nu telde was geweld in extreme vorm. Deodato, die met Cannibal Holocaust zijn come-back maakte, beweerde dat de extreme inhoud van die film ingegeven was door de rol van de media in de terreurcampagne van de Brigado Rosso, de groep terroristen verantwoordelijk voor de moord op premier Aldo Moro, eind jaren zeventig. "I remember my son watching the television, and there were so many killings and bombings on the news. He said to me: 'Papa, please turn off the television, it's too horrible'. I became very angry with newspapers too, horrible pictures of death all over them. That was one of the reasons I made Cannibal Holocaust, to make a point about reporters, that they can cause violence", aldus Deodato.

Om dat te veroordelen maakte Deodato een van de meest gewelddadige films ooit. Gewapend met pretenties exploiteerde hij wat hij beweerde te veroordelen. In Cannibal Holocaust gaat ene professor Monroe (voormalig porno-acteur Robert Kerman, voorzien van een pijp om hem intelligenter te doen lijken) de jungle in om te zoeken naar sporen van een verdwenen camerateam. Dit team was op weg gegaan om een documentaire te maken over de laatste kannibalen. Monroe vindt bij een inboorlingenstam de menselijke resten van het team, tezamen met een groot aantal filmblikken. Het lukt hem de blikken terug te krijgen en ze mee te nemen naar huis (New York natuurlijk). In de studio van een tv-station, dat geïnteresseerd is in het uitzenden van het filmmateriaal, bekijkt Monroe de beelden.

Dan begint de lol pas goed. We zien dat de cameraploeg geleid werd door een gestoorde reporter, die liever zelf alles in scene zet dan met lege handen thuis te komen. Het team slacht dieren, neemt met veel plezier een aantal rituelen van de inboorlingen op (waaronder een vrouw die gestraft wordt voor overspel en een wel heel ruwe abortusoperatie). Ze raken zo uit hun bol dat ze overgaan tot verkrachtingen en moord op de inboorlingen, daden die uiteraard in de schoenen van de kannibalen geschoven zouden worden. Maar diezelfde kannibalen slaan keihard terug. De leden van de cameraploeg worden gecastreerd, ledematen worden afgehakt, lichamen worden uitgehold en ten dele opgegeten. Alles voor het oog van de camera. Monroe en een aantal mensen van de tv-zender bekijken het en besluiten wijselijk tot het vernietigen van al het beeldmateriaal.

Avonturenfilms met een paar kannibalen erin voldeden plots niet meer. Hoewel Deodato op de geëffende paden bleef, boog hij de conventies tot ze niet meer verder konden buigen en haalde hij alles uit het genre wat erin zat. Het leverde hem niets dan problemen op. Twee jaar lang was Cannibal Holocaust het onderwerp van een nationale controverse. De gore effecten en het geweld zorgden ervoor dat Deodato zich voor de rechtbank moest verantwoorden. Menigeen was ervan overtuigd dat veel van de moordpartijen echt waren. In Engeland was Cannibal Holocaust een van de voornaamste redenen voor het starten van de ongekend strenge video nasties censuurcampagne. Videotheekeigenaren werden gearresteerd voor het bezit van exemplaren van de film en de beschuldiging dat Cannibal Holocaust een heuse snuff movie was werd door menige tabloid zonder pardon overgenomen.

De producenten wilden meer. Niet alleen de verontwaardiging was groot, ook het succes. In Japan is Cannibal Holocaust tot op de dag van vandaag de op één na meest succesvolle film ooit (achter, ahem, ET). Deodato werd overspoeld met aanbiedingen voor een vervolg. Hij sloeg elk aanbod af: "It was impossible to shoot another movie like that, impossible. You show it to people two times, three times, ten times, and it still affects them. It still has power". Onmogelijk of niet, men probeerde het toch.

Joe d'Amato, een van Italië's meest beruchte namen op exploitation gebied, besloot het nieuwste deel van zijn Black Emanuelle-serie tussen de kannibalen te laten spelen (Emanuelle e gli Ultimi Cannibali). Antonio Margheriti, die zich ook al aan elk succesvol genre had gewaagd, maakte een van alle logica ontdane, stedelijke versie van de kannibalenfilm, waarin hij ook Francis Ford Coppola's Apocalypse Now probeerde te imiteren (Cannibal Apocalypse). Marino Girolami vond dat blijkbaar een geslaagd idee en combineerde de kannibalenfilm met de zombiefilm (!) (La Regina dei Cannibali). Ook buiten Italië begon men zich aan het genre te wagen, met versies uit Spanje (Teror Canibal), Frankrijk (White Cannibal Queen) en zelfs Indonesië (Primitives).

En plots was daar Umberto Lenzi. Ooit een voorganger, nu een volgeling. Met de twee acteurs uit Mondo Cannibale en Ultimo Mondo Cannibale (Ivan Rassimov en de veelvuldig in ontklede staat verkerende Me Me Lai) evenals Robert Kerman maakte Lenzi Eaten Alive!, waarin hij zowel gebruik maakte van het succes van Cannibal Holocaust als misbruik maakte van het zelfmoorddrama rond de sekte van Jim Jones. In Eaten Alive! gaat een jonge vrouw de jungle in, nadat ze op een filmfragment heeft gezien dat haar zuster zich bij een sekte heeft aangesloten. Geholpen door ruige gids Kerman baant ze zich een weg door het woud naar het kamp van de sekte. Na wat seksscenes in het kamp lukt het haar om met haar zus te ontsnappen naar de bewoonde wereld (drie keer raden in welke Amerikaanse stad ze woont), maar dan moeten ze eerst door een gebied vol kannibalen zien te komen. En toen dat achter de rug was maakte Lenzi Cannibal Ferox, waarin hij uit alle macht probeerde Deodato's werk in hardheid te benaderen, maar in zijn ijver vergat aandacht te besteden aan het zoeken van interessante acteurs of min of meer originele ideeën. Cannibal Ferox, het verhaal van een sadistische drugdealer die inboorlingen martelt totdat ze terugslaan en zijn lul afhakken, zijn rechterhand amputeren, zijn oog uitsteken en zijn hersenpan verwijderen (voor een heerlijk maaltje verse hersenen), was inderdaad keihard. Qua hardheid en impact kon de film zich meten met Cannibal Holocaust en al gauw deden verhalen de ronde dat de Cannibal Ferox verboden was in 31 landen. Dit is met geen mogelijkheid te controleren, maar ik denk eerder dat hij in die 31 landen gewoon niet uitgebracht is vanwege gebrek aan belangstelling.

De rek was er uit. De kannibalenfilm leek eindelijk ten onder te gaan aan zijn eigen voorspelbaarheid. We zaten inmiddels in de jaren tachtig en nieuwe genres kwamen op, die de kannibalen in populariteit voorbij streefden. Ironisch was de allerlaatste kannibalenfilm meer een slasherfilm in de stijl van Friday the Thirteenth dan een ouderwets jungle-avontuur. Joe d'Amato, hij weer, maakte met Antropophagous (de Latijnse term voor kannibaal) een imitatie van de Amerikaanse slasherfilms, waarin de moorden gepleegd werden door een mismaakte kannibaal. Pas in de laatste vijftien minuten van dit dodelijk saaie werkje krijgen we weer wat ouderwets kannibalenwerk te zien. De cirkel werd met groot gevoel voor symboliek gesloten door een scene waarin de moordlustige kannibaal ten einde raad probeert zijn eigen ingewanden op te eten. Het genre was ten einde. De kannibaal had zichzelf te grave gedragen. Het was een passend slot van een korte, boeiende, maar uitermate bloederige periode, waarin Italiaanse filmmakers lieten zien waar ze goed in waren.

Volgende keer: Zombies!



De complete lijst van Italiaanse kannibalenfilms:

Mondo Cannibale (The Man From Deep River)
regie: Umberto Lenzi
met: Ivan Rassimov, Me Me Lai
1972

Ultimo Mondo Cannibale (Jungle Holocaust)
regie: Ruggero Deodato
Met: Massimo Foschi, Me Me Lai, Ivan Rassimov
1977

La Montagna del Dio Cannibale (Mountain Of The Cannibal God)
regie: Sergio Martino
Met: Ursule Andress, Stacy Keach, Claudio Cassinelli
1978

I Cannibali (Cannibals)
regie: Franco Prosperi
met: Al Cliver, Sabrina Siani, Olivier Mathot
1979

Cannibal Holocaust
regie: Ruggero Deodato
met: Robert Kerman, Perry Pirkanen, Francesca Ciardi
1979

Emanuelle e gli Ultimi Cannibali (Emanuelle and the Last Cannibals)
regie: Aristide Massacesi (als Joe d'Amato)
met: Laura Gemser
1979

La Regina dei Cannibali (Zombie Holocaust)
regie: Marino Girolami (als Frank Martin)
met: Ian McCulloch, Alexandra Delli Colli, Donald O'Brien
1979

Apocalissi Domani (Cannibal Apocalypse)
regie: Antonio Margheriti
met: John Saxon, John Morghen
1981

Mangiati Vivi! (Eaten Alive!)
regie: Umberto Lenzi
met: Robert Kerman, Janet Agren, Me Me Lai, Ivan Rassimov
1981

Cannibal Ferox (Make Them Die Slowly)
regie: Umberto Lenzi
met: John Morghen, Robert Kerman, Lorraine De Selle, Zora Kerova
1981

Antropophagous (The Grim Reaper)
regie: Aristide Massacesi (als Joe d'Amato)
met: George Eastman, Tisa Farrow, Vanessa Steiger
1981

Tom Mes