 |

Op zoek naar de Italiaanse kannibalenfilm
Ik moet zo rond de zestien, zeventien zijn geweest. Mijn leven bestond uit naar school gaan en films kijken. Dat laatste het liefst zo vaak mogelijk, maar dat viel niet mee als je alleen de beschikking had over een Video 2000-recorder. Maar ik keek en wat ik keek was vooral horror.
Dat betekende vooral Amerikaanse horror. Van het slag Nightmare On Elm Street en Friday the Thirteenth, maar ook meesterwerkjes als Re-animator, The Exorcist, The Fly en An American Werewolf In London (dat ik voor het eerst zag op tienjarige leeftijd en me toen een week lang slaapproblemen bezorgde). Ik verslond de bijpassende bladen Fangoria, Gorezone en Slaughterhouse, als waren het schatkaarten die mij de weg wezen naar nieuwe titels waarin nog meer doden vielen en nog meer hoofden werden afgehakt. Ik was een fan van Clive Barker en ook het werk Stephen King (een jeugdzonde, vergeef het me) kon niet aan mijn horrorhongerige handjes ontsnappen. Zolang het horror was, moest ik het zien, lezen of beleven.
De alles-kijken-mentaliteit veranderde echter. Hoeveel Amerikaanse griezelfilms kun je doorwerken voordat je het idee krijgt dat je het allemaal wel gezien hebt? Aardig wat, zo bleek uit die jaren, maar onvermijdelijk slaat toch de moeheid toe. Ik werd me bewust van wat de Amerikanen werkelijk brachten: gimmickfilms, horror opgebouwd rond één uitgangspunt. Een moordenaar met een hockeymasker, of een man met scheermessen die je in je dromen aanvalt. En altijd maar die eeuwige, verrotte teenagers die dankzij hun eigen stommiteiten aan het mes geregen worden.
Ik had het wel gezien, ik zocht ander, beter, harder werk. Mijn doelstelling werd het vinden van de ultieme horrorfilm. Een film die meedogenloos, donker en bijna onkijkbaar deprimerend moest zijn; een film waarvan je al bang werd als je 'm moest huren. Met bovengenoemde bladen bij de hand volgde een speurtocht waarin de ene na de andere titel gehuurd, gekeken en afgekeurd werd. Ik dacht dat het Dawn Of The Dead zou kunnen zijn, maar ik had het mis, Henry: Portrait Of A Serial Killer idem dito. Goede films, maar aan de nieuwe criteria voldeden ze niet. Menigeen volgde, niemand slaagde.
Ik sloeg de Gorezone er nog maar eens op na. Dit blad specialiseerde zich in extremer materiaal dan het standaard Amerikaans werk waar grote broer Fangoria altijd mee kwam. Op de bladzijden van Gorezone leerde ik de Italianen kennen. Of beter gezegd: de reputatie van de Italianen. Klinkende namen als Lucio Fulci, Ruggero Deodato en Joe d'Amato stonden synoniem voor ongekende slachtpartijen en sadistische taferelen. Dat moest ik hebben! Italiaanse horror leek het walhalla en één film stak er volgens alle berichten met kop en schouders bovenuit: Cannibal Holocaust.
Er was één probleem. Ik kon hem niet vinden. Met een bonkend hart vol verwachting reed ik op mijn fiets alle videotheken van Rotterdam-zuid af, maar tevergeefs. Geen kannibaal in zicht. Cannibal Holocaust was simpelweg niet op video verkrijgbaar.
Wat nu? Terug naar de Amerikanen? Ik trok me terug uit mijn zoektocht en verbreedde mijn horizon. Ik ontdekte nieuwe genres en nieuwe namen. Lang voordat ik van Quentin Tarantino had gehoord ontdekte ik John Woo (incidenteel in hetzelfde nummer van Gorezone als dat waarin Cannibal Holocaust beschreven werd) en in zijn voetsporen de filmindustrie van Hong Kong. Een nieuwe liefde was geboren.
"Cannibal Holocaust wordt in Nederland waarschijnlijk uitgebracht door Cult Epics". Deze zin, afkomstig uit het helaas ter ziele gegane Nederlandse fanzine Horrorscoop, vervulde mij weer met diezelfde, enigszins gereserveerde (het criterium was immers: het huren op zich moest me al angstig maken), blijdschap. Drie jaar nadat ik er voor het eerst over had gelezen kon ik Cannibal Holocaust gaan bekijken.
Hij lag er echt. Maar er klopte iets niet helemaal. Er stond Cannibal Holocaust op de hoes, maar verder was diezelfde hoes een keurig ontwerp in rood en wit. Bijna te netjes en steriel, en zeker niet zo angstaanjagend als de amateuristische, smerige, grote dozen waar de horrorfilms in de begintijd van de video in uitgebracht werden. Die dozen waren al de helft van het plezier. Maar goed, ik had er drie jaar op zitten wachten, dus ik nam 'm mee.
Weer was het niets. Cannibal Holocaust was goor en redelijk hard, maar gedurende het merendeel van de film zat ik te kijken naar mooie jungle-opnamen en scenes in de straten van New York, en allemaal overdag. Dat was dus niet wat ik zocht. Zoals talloze voorgangers had Cannibal Holocaust lang niet de impact die ik ervan had verwacht. Teleurgesteld bracht ik de band de volgende dag terug. De definitieve nagel in de doodskist van mijn horrorfascinatie. Ik richtte mijn aandacht op andere dingen. De gangsterfilm trok me in de volgende jaren meer aan dan de horrorfilm. Ik ontdekte Quentin Tarantino en herontdekte Scarface. Ik kwam dieper en dieper in de Hong Kong-scene terecht en groeide uit tot all-round filmliefhebber. De kannibalen leken verder weg dan ooit.
Anderhalf jaar geleden kocht ik The Incredibly Strange Film Book van Jonathan Ross, Engelands voornaamste autoriteit op het gebied van wegwerp-cultuur. In zijn boek zat een kort, maar leuk hoofdstuk over de Italiaanse kannibalenfilm die precies de juiste toon van spot, verwondering en waardering raakte. Het enthousiasme van Ross werkte aanstekelijk en ik besefte dat ik de Italiaanse kannibalenfilm, want nu werd mij duidelijk dat het een genre op zich was met meer dan alleen Cannibal Holocaust, veel te serieus had genomen (een begrijpelijke fout, de regisseurs van die films maakten hem zelf ook). Alleen gaf Ross slechts een drietal voorbeelden, zich verontschuldigend omdat het vanwege de obscuriteit van de films en de vele verschillende titels die iedere film droeg onmogelijk was om een volledig overzicht te geven.
Toen zag ik het licht. Hier was een taak voor mij weggelegd: ik zou de definitieve en complete lijst van de Italiaanse kannibalenfilm gaan maken. Daarvoor moest ik alle titels gaan achterhalen, eindeloos in filmencyclopedieën bladeren en bovenal alle films gaan opsporen. Het is me gelukt. Eat your heart out Jonathan Ross. Ik heb me door uren low-budget hel moeten slepen, ik heb er half Nederland voor doorgereisd, maar ik mag me inmiddels autoriteit op het gebied van Italiaanse kannibalenfilm noemen. Een dubieuze eer, doch een vrij unieke positie, waar ik redelijk trots op ben.
En het nut van dit alles? Dat lees je de volgende keer. Same time, same channel.
Tom Mes
  
|