Scarface
door Tom Mes

Brian DePalma's Scarface is in de laatste dertien jaar verworden tot meer dan een film. Een pure cultus, de grootste gangsterfilm aller tijden. Net als bij The Rocky Horror Picture Show en The Sound Of Music, die onder een heel ander slag mensen hun bewonderaars vinden, zijn er fans die de film meer dan zestig keer gezien hebben. De critici zijn er daarentegen na zoveel tijd nog steeds niet al te blij mee.
Dit artikel is een hommage aan die grootste gangsterfilm aller tijden: Scarface.




Als research voor zijn rol in een toneelstuk was Al Pacino in 1981 bezig met het bekijken van films uit de jaren dertig. Er was één film die hij niet kon vinden en dat was de film die hij het liefst wilde zien: Scarface.
Scarface was gemaakt in 1932, geregisseerd door Howard Hawks met Paul Muni in de hoofdrol. Het was de eerste gangsterfilm in de geschiedenis van Hollywood en het voorbeeld voor alle die volgden. Scarface handelde over Tony Camonte, een jongeman van Italiaanse afkomst die in korte tijd uitgroeit tot de invloedrijkste man in de onderwereld van Chicago tijdens de drooglegging. De film was gebaseerd op de gelijknamige roman van Armitage Trail (echte naam: Maurice Coons, zie pulp) uit 1930. Trail baseerde de hoofdpersoon van zijn boek op Al Capone en het plot vertoonde veel overeenkomsten met diens leven. Het verhaal gaat dat Capone na het zien van de film een aantal van zijn handlangers op script-schrijver Ben Hecht had afgestuurd, omdat hij vond dat de film wel erg veel leek op zijn eigen leven. Dat was dan waarschijnlijk om hem te feliciteren, want een ander verhaal zegt dat Capone zijn eigen kopie van de film thuis had liggen.

Het lukte Pacino uiteindelijk de film te zien in een klein theater in Los Angeles, waar hij bij toeval voorbij reed. Onder de indruk van wat hij had gezien nam hij contact op met producent Martin Bregman, een man die van grote invloed was geweest op Pacino's carrière (hij was degene die Pacino overhaalde de rol van Michael Corleone in The Godfather op zich te nemen), en vroeg hem na te denken over een remake van Scarface met Pacino in de hoofdrol. Bregman nam de suggestie ter harte en stelde een team samen dat bestond uit Pacino, hemzelf, regisseur Sidney Lumet (met wie Pacino had samengewerkt aan Serpico en Dog Day Afternoon) en scriptschrijver Oliver Stone, die twee jaar daarvoor een Oscar had gekregen voor Midnight Express. Pacino had het plan gevat om de remake ook in de jaren dertig te laten spelen. De anderen waren hier minder enthousiast over, waarna Lumet met het idee kwam het verhaal te verplaatsen naar het Miami van begin jaren tachtig.
Miami werd in 1980 overspoeld door tienduizenden vluchtelingen uit Cuba. Fidel Castro had zijn havens voor een korte periode geopend voor buitenlandse schepen. Vele Cubanen in Florida zagen de kans schoon hun achtergebleven familieleden van het eiland te halen. De komst van Amerikaanse schepen veroorzaakte een enorme vluchtelingenstroom, die iedere booteigenaar een overvolle lading mensen bezorgde.
Wat de Amerikaanse autoriteiten niet wisten was dat Castro tegelijkertijd zijn gevangenissen en inrichtingen had opengesteld, waardoor een groot deel van de vluchtelingen bestond uit keiharde criminelen. Eenmaal in Miami aangekomen hielpen zij de stad uit te laten groeien tot het centrum van de handel in drugs en in het bijzonder cocaïne.

Italiaan Tony Camonte werd Cubaan Tony Montana en de handel in drank werd de handel in cocaïne. Oliver Stone begon zijn research met het interviewen van betrokkenen aan beide kanten van de wet, inclusief Zuidamerikaanse drugs-baronnen in Colombia, Peru en Ecuador.
Sidney Lumet was in grote lijnen tevreden met Stones ruwe versie van het scenario, maar hij had het idee om het geheel op een meer internationaal politiek niveau te laten spelen en meer te tonen van de rol van de CIA in het geheel.
Martin Bregman vond Lumets ideeën belachelijk. Het meningsverschil leidde tot het vertrek van de regisseur. Als vervanger bracht Bregman Brian DePalma binnen.
Al Pacino was al maanden van tevoren bezig met het onder de knie krijgen van de Cubaanse gewoontes en spraak. Hij was hiervoor naar Miami verhuisd, waar hij de Cubaanse gemeenschap van dichtbij kon observeren. In typische method-actingstijl bediende zich al van zijn aangeleerde Cubaanse accent voordat met de opnames van de film werd begonnen.
De Cubaanse gemeenschap protesteerde tegen de film. Men was bang dat het discriminatie en vooroordelen tegenover Cubanen in de kaart zou spelen. Bij de opnames in Miami werd zelfs gedreigd met bomaanslagen, zodat een groot deel van de film in de omgeving van Los Angeles moest worden opgenomen. De lokaties in LA omvatten onder meer het vluchtelingenkamp tussen de snelwegen, de villa's van Tony Montana en Mr. Sosa, en Little Havana, waar Tony een Manolo terechtkomen na hun vrijlating uit het kamp.

Scarface werd door een groot deel van de Amerikaanse critici met de grond gelijk gemaakt. Het publiek trok zich er niets van aan en commercieel werd het een vette hit.
Al Pacino bevestigde zijn reputatie als één van Amerika's beste acteurs en voor Michelle Pfeiffer betekende het een definitieve doorbraak. Oliver Stone is de controversen sindsdien ook niet echt uit de weg gegaan, getuige de lawine van kritiek die op zijn Natural Born Killers afkwam, zowel op het inhoudelijke als op het creatieve vlak. Voor Brian DePalma braken succesvolle tijden aan met Body Double en The Untouchables, gevolgd door het fiasco Bonfire Of The Vanities en het niet helemaal geslaagde Casualties Of War. In 1993 werd hij herenigd met Al Pacino voor Carlito's Way, het verhaal van een oud-gangster die besluit zijn leven te beteren. Het had een vervolg op Scarface kunnen zijn.
De critici hadden minder plezier aan de film. Klachten over overdreven acteerwerk, een opgeblazen stijl, buitensporig geweld en tweedimensionale personages waren gemeengoed en het leek alsof het journalistengilde in onderling overleg was gegaan alvorens zijn stukjes te schrijven. Uber-criticus Leonard Maltin bijvoorbeeld vermeldt in zijn jaarlijkse film-en videogids over Scarface: "...this film wallows in excess and unpleasantness for nearly three hours...". Ter vergelijking: The Godfather Part II, speel-duur 200 minuten, krijgt van Maltin het predikaat meesterwerk.

Het probleem lag echter niet bij de film, maar bij de critici zelf. Zij waren op dat moment gewend aan films als The French Connection en All The President's Men, films die hun controversieele thema's binnen een breed kader belichtten en het belang ervan boven dat van het individuele personage lieten uitstijgen. Met Scarface zagen ze een film die gericht was op een personage dat belangrijker was dan de situatie waarin hij verkeerde, een aanpak die meer gericht was op het bespelen van het publiek dan op het behandelen van politieke achtergronden. Het is op de eerste plaats een film over het personage Tony Montana, niet over de internationale cocaïnehandel. De cocaïnehandel doet er alleen toe omdat Tony hierin verzeild raakt. De critici konden niet uit hun eigen bekrompen verwachtingspatroon komen. Deze formule was hen vreemd.

De vooroordelen jegens Brian DePalma en Oliver Stone waren ook niet van de lucht. Ze waren naar aanleiding van hun eerdere films al afgeschilderd als respectievelijk een vrouwenhater en een racist. In Scarface herkende men de bevestiging van zijn vooroordelen. De vrouwelijke personages, Gina en Elvira en in mindere mate Tony's moeder, zouden een te oppervlakkige rol spelen. Hiermee zag men over het hoofd dat Gina degene is om wie een groot deel van Tony's acties draait en dat ze dus een veel grotere invloed op het gebeurde heeft dan op het eerste gezicht lijkt. Elvira en Tony's moeder zijn de enige twee personages die weerstand bieden tegen Tony en zijn verrotte leven de rug toe durven te keren. Hierdoor zijn zij de enigen die aan het eind van de film nog levend zijn.

De film draait om mannen, die elkaar vervolgens kapot schieten, waardoor het aan het einde van de film twee vrouwen zijn die nog vast op hun benen staan en hun leven in eigen hand hebben (Mr. Sosa is het enige mannelijke personage dat de film overleeft, maar ook zijn imperium staat op instorten).

Op het punt van racisme was er uiteraard kritiek op de veroordeling van Cubanen als zijnde een stelletje criminelen. Toegegeven, bijna elke Cubaan in de film is een crimineel. Het zijn echter de blanke WASP-Amerikanen die stevig meeprofiteren van de cocaïnehandel: corrupte agenten, bankemployés en advocaten proberen zoveel mogelijk van Tony's fortuin af te snoepen. Terechte kritiek was er op de boodschap aan het begin van de film dat Scarface geen afspiegeling was van de gehele Cubaanse gemeenschap en dat "het grootste gedeelte van deze mensen hard werkt en de wet respecteert". Deze boodschap is zwak, gemakzuchtig en overbodig en speelt de critici in de kaart. In de film is het Tony's moeder die symbool staat voor de gewone immigrant en haar kleine rol werkt binnen dit kader veel beter dan de voornoemde boodschap.

De algemene mening in die tijd, ook onder het publiek, was dat het geweld in Scarface doorgaat ad nauseam. De scene waarin Tony's vriend Angel door een stel Colombiaanse dealers met een kettingzaag bewerkt wordt is berucht. De Amerikaanse filmkeuring gaf de film een X-rating, wat feitelijk niets meer betekent dan "niemand onder de 17 jaar toegelaten", maar voor veel Amerikanen gelijk is aan obsceniteit en pornografie. Dankzij de inspanningen van producent Martin Bregman werd het uiteindelijk, zonder knipwerk, een R-rating, het inhoudelijke (en psychologische) equivalent van ons "16 jaar en ouder"- certificaat.

Nu vanuit de jaren negentig terugkijkend op het geweld in Scarface valt één ding op: het geweld is helemaal niet zo exceptioneel meer. Scarface is op dit gebied enorm invloedrijk geweest op het gangstergenre en zeker op het genre zoals het nu beoefend wordt, met Quentin Tarantino en het Hong Kongse heroic bloodshed-genre. Vergelijk de shoot-out aan het eind van Scarface maar eens met de finale van John Woo's The Killer (meer recentelijk zagen we in Donnie Brasco zelfs complete scenes terugkomen).

Ook de scene met de kettingzaag is lang niet zo erg als zijn reputatie doet vermoeden. Werkelijk zien wat er gebeurt doen we niet. We zien Angels gezicht in een extreme close-up bedekt worden met bloed, terwijl we het geluid van de zaag horen. De echte handeling blijft buiten beeld. Suggestie heeft mensen doen geloven dat ze echt iemand met een kettingzaag ontleed hebben zien worden (het is zelfs onduidelijk waar nu precies de schade aan Angels lichaam wordt toegebracht; is het zijn hoofd? Is het zijn arm?). Deze scène is voor regisseur Brian DePalma een persoonlijke triomf. Hij heeft de kijker voor de gek gehouden zonder dat deze het zelf heeft gemerkt. Recentere voorbeelden hiervan zijn Reservoir Dogs, met zijn zogenaamde "afgrijselijke" martelscene, en de hoofd-in-de-doos finale in Seven. In beide gevallen is letterlijk niets te zien, bij Seven wordt zelf niet eens gezegd dat er een hoofd in dat pakketje zit. We komen zelf tot die conclusie.

Het laatste woord in deze kwestie is aan de Engelse filmrecensent Alasdair Mars-hall. Als reactie op de golf van kritiek uit Amerika zei hij het volgende over Scarface: "Over vijftig jaar, als ze de vijftig beste films van de twintigste eeuw gaan bepalen, staat Scarface op die lijst". En hij had het niet over Howard Hawks.