DE HISTORIE VAN ELECTRONISCHE DANSMUZIEK:
"De prehistorie 1874 - 1968"

Voordat ik begin, de historie van electronische dansmuziek is een complexe kluwe van vele paden en connecties waarover ik dingen zou kunnen vertellen. Het is een moeilijke historie om uit te leggen, omdat het complete plaatje zoveel verschillende connecties en paden bevat, die vaak moeilijk te herkennen en te volgen zijn.


Mijn eigen uitleg die ik hier zal doen, is zeker niet de enige manier waarop je naar de historie van deze muziek kan kijken. Ik zal mijn licht vooral laten schijnen op de minder dansbare vorm, in plaats van de soort die voor hedonistische doeleinden wordt gebruik, waarover minder wordt nagedacht, maar juist op gedanst wordt. Ik vind dat de eerste soort veel experimenteler en innovatiever omgaat met muziek, dan de laatste die vaak meeprofiteerd van de ontdekkingen en alleen de smakelijkste elementen gebruikt om mensen aan het dansen te houden. Maar maak je geen zorgen, ik probeer juist te laten zien dat electronische dansmuziek een belangrijk onderdeel is geworden van de populaire muziek en dat het een ruime en interessante historie heeft, waarin veel mensen een belangrijke rol hebben gespeeld als oprichters van het enorme muzikale landschap dat het is geworden.

Het kan als een verrassing komen, maar electronische muziek is uitgevonden slechts een paar jaar nadat Edison en Bell toepassingen bedachten voor stroom. In 1874 ontdekte Elisha Gray, een vriend van Graham Bell, dat zijn neefje een manier had gevonden om met behulp van magnetische velden een schakelaar te laten trillen. Dit principe zette Gray om in een muzikaal instrument, een harmonisch telegraaftoestel. Hoewel Gray's ontdekking een leuk nieuwtje was, werden echte bruikbare electronische instrumenten pas gebouwd na de eeuwwisseling. De twee belangrijkste hiervan waren Thaddeus Cahill's enorme Tellharmonium waarvan later een kleinere versie gemaakt werd, die nu de Hammond Orgel wordt genoemd. Een veel gemakkelijker verplaatsbaar instrument, dat erg populair is geworden bij veel rockbands. Het andere instrument was de Theremin uitgevonden door de Russische wetenschapper Leon Theremin. Dit instrument is over het algemeen een kleine doos met twee antennes die haaks op elkaar uit het instrument steken. Je bespeelt het door de handen in de buurt van de antennes te houden. Het resultaat is een spookachtig viool geluid dat zo opvallend klinkt dat de Theremin vaak werd gebruikt als geluidseffect bij Horror films. Vlak na de uitvinding van het instrument hebben een aantal componisten er muziek voor geschreven, maar het meeste succes kreeg het toen het geluid werd gebruikt in de enorme Beach Boys hit Good Vibrations.

De Theremin die door de Beach Boys gebruikt werd zou wel eens gebouwd kunnen zijn door een andere belangrijke instrumentenmaker. Robert Moog begon zijn carrière door op bestelling Theremin zelfbouwdozen te maken voor geld, waardoor hij zijn universitaire studie kon afmaken. Maar hij begon pas serieus over het bouwen van instrumenten na te denken na zijn ontmoeting met muzikant Herbert Deutsch. Samen met hem begon hij aan het bouwen van modulaire synthesizers, opgebouwd uit vele basiselementen, zoals oscillatoren, filters en versterkers. In 1964 waren zijn vrijwel de enigen die dat deden in de wereld. En er waren al gauw universiteiten en experimentele muzikanten geïnteresseerd in hun apparatuur. Een van deze experimentele muzikanten was Wendy Carlos, die toen nog door het leven ging als Walter. Samen met Robert ontwierp ze een synthesizer waarmee ze in staat werd om de werken van Bach na te spelen met electronische geluiden. De naam van het album dat ze maakte is Switched on Bach en in 1968 had deze plaat enorme gevolgen in de muziekwereld. Voor veel mensen was het de eerste keer dat ze dit soort muziek hoorde met analoge electronische geluiden.

Maar Wendy Carlos was niet de enige die hiermee bezig was. Vooral moderne klassieke componisten waren veel aan het experimenteren met electronische instrumenten. In San Fransisco experimenteerde Terry Riley met delays en de door hem zelf gebouwde time lag accumulator. In combinatie met gewone instrumenten wist Terry vreemd klinkende composities te maken, zoals Poppy no good and the phantom band en zijn zeer beroemde A rainbow in curved air, wat een stuk muziek is die vele mensen nu zien als een blauwdruk voor een muzikaal genre met de Ambient, dat vooral in de vroege jaren negentig populair begon te worden. Aan de andere kant van de Verenigde Staten was componist Steve Reich ook aan het experimenteren met delays en repetitieve structuren in werken zoals Violin Phase en Drumming, zoals veel van zijn tijdgenoten waaronder Philip Glass en John Cage, combineerde hij zijn muziek met Indiase en Afrikaanse invloeden. Maar ook in Europe werd veel geëxperimenteerd. Sinds de vroege jaren vijftig was Parijs de basis voor een muzikale stroming met de naam Musique Concrète waar mensen zoals Pierre Henry, Pierre Schaeffer en Luc Ferrari muziek maakten met geluiden van alledag. En in de studios van de Duitse radio maakte Karlheinz Stockhausen zijn muziek door de studio ten volle te benutten en allerlei geluiden te mixen tot een muzikale collage.

Stockhausen was ook een leraar aan het Düsseldorfse conservatorium waar hij zijn studenten leerde over compositie. Onder de studenten waren Ralf Hütter en Florian Schneider-Esleben. Toen zij elkaar ontmoeten in 1968 wisten ze niet hoe hun samenwerking de muziekwereld zou gaan veranderen.

Meer in de volgende episode "Bouwstenen 1968 - 1980": Over Krautrock, Dub, Electro, Hiphop en Disco.