![]() |
|||
![]() |
![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
INTRODUCING: JET LI De leegloop van Hong Kong, deel zoveel Voor menige Hong Kong-leek volgt binnenkort een hardhandige kennismaking met een van de grootste sterren uit de HK-scene. Alsof men nog niet genoeg had aan John Woo, Tsui Hark, Ringo Lam, Robin Shou, Chow Yun Fat, Jackie Chan en Kirk Wong (en dan sla ik er ook nog een paar over), heeft Hollywood ook kung fu megaster Jet Li weten te verleiden tot gastarbeiderschap in de US van A. Deze zomer bij u in de bioscoop: Jet Li in... Lethal Weapon 4! Jazeker mensen, Jet mag zich gaan uitleven op de duurste boksbal aller tijden, de man van veertig miljoen, Mel Gibson. Om te voorkomen dat iedereen zich straks in de bioscoop gaat zitten afvragen wie 'die Chinees' eigenlijk is, is hier voor alle gemiddelde Nederlanders onder ons een introductie in de Jet Li-kunde.
Jet komt namelijk niet uit het niets. Binnen Hong Kong (en de rest van Azië; bij een recent optreden in Korea moest het geplande aantal van 200 agenten verviervoudigd worden omdat anders zowel Jet als de politie onder de voeten zou worden gelopen door de massa hysterische fans) is hij een ster van ongekende proporties. Op een dergelijke ranglijst hoeft Jet alleen Jackie Chan en Chow Yun Fat voor zich te dulden. Terwijl Jackie al een kleine vijftien jaar probeert in het westen aan de bak te komen (wie hem niet kent van eerdere pogingen als The Big Brawl of The Protector, zal ongetwijfeld zijn rol in beide Cannonball Run films nog wel herinneren, waarin hij een Japanner speelde die Cantonees sprak) en Chow Yun Fat meeprofiteerde van de roem van zijn mentor John Woo, is Jet Li tot nu toe het 'best kept secret' van de HK film-scene gebleven.
Met vijf landelijke Wu Shu titels en een optreden in het witte huis voor Richard Nixon in zijn binnenzak, allemaal vóór zijn zestiende verjaardag, was het onvermijdelijk dat Jet al op jonge leeftijd in de filmbusiness terecht zou komen. Hoewel hij de pech had niet in Hong Kong te wonen, waar zijn talenten ongetwijfeld een plek hadden gevonden bij studio's als Shaw Brothers en Golden Harvest, bleken er ook in communistisch China nog mogelijkheden te bestaan om films te maken. Op zijn negentiende maakte Jet zijn filmdebuut in Shaolin Temple, een op historische leest geschoeide martial arts film, die rond de kunsten van Jet en een dozijn collega wu shu-vechters was opgetrokken. Hoewel technisch minder goed dan het werk van de Shaws en Golden Harvest had Shaolin Temple één plus ten opzichte van de producties van beide giganten: de vechtscenes waren realistischer, omdat er werd gebruik gemaakt van echte shaolin kung fu-technieken. Shaw Brothers heeft een ontelbaar aantal films gemaakt met de naam 'Shaolin' in de titel, maar slechts weinige daarvan waren ook echt gebaseerd op wat er in die shaolin tempel onderwezen werd. Nu doet een 'echt of niet echt'-discussie er bij dit soort nauwelijks toe, als het eindresultaat maar spectaculair is, maar in het geval van Shaolin Temple had het één groot voordeel: de gevechten waren vloeiender dan de typische, kunstmatig gechoreografeerde vechtscenes die in HK gangbaar waren. Ondanks het succes van zijn debuut kreeg Jet het niet voor elkaar om zijn carriere veel verder te ontwikkelen. Hij bleef krampachtig vasthouden aan zijn wu shu-technieken. Dit ging prima in de twee vervolgen op Shaolin Temple, maar toen hij overschakelde op films met een moderne setting, waarmee hij gelijk zijn eerste schreden in de industrie van Hong Kong zette, werd dit een probleem. Zijn stijl leek volledig misplaatst tussen flatgebouwen, auto's en pistolen. Jet leek alleen op zijn plek in traditionele setting, maar dankzij het succes van John Woo's gangsterfilms was zijn geliefde kung fu-genre op sterven na dood.
Het keerpunt kwam in 1991. Vijf jaar nadat A Better Tomorrow de doodssteek had toegediend aan de traditionele kung fu film kwam regisseur/producent Tsui Hark met het idee om de negentiende eeuwse volksheld Wong Fei Hung opnieuw tot leven te wekken. Traditioneler en kung fu-er dan Wong Fei Hung kon bijna niet. Jackie Chan bereikte eind jaren zeventig een sterstatus toen hij Wong Fei Hung speelde in Drunken Master. Het was precies dat soort films dat niemand meer wilde zien. Maar het genie van Tsui Hark gaf een radicale draai aan het genre. Het resultaat heette Once Upon A Time In China en deed in niets meer denken aan het 'chop socky'-gedoe van de Shaw Brothers. OUATIC was groots, meeslepend, verfrissend en oogverblindend snel. Dit was een revolutie, met aan het hoofd Jet Li in de rol van Wong Fei Hung. Jet ging van misplaatst talent naar de grootste ster van een revolutionaire stroming: OUATIC kreeg een ontelbaar aantal opvolgers en iedereen wilde Jet in de hoofdrol. Het was de 'New Wave of kung fu' en op de top van die golf werd Jet de eerste HK ster van de jaren negentig. Het was echter meer dan alleen flitsend filmwerk dat het verschil maakte. Jet zelf was ook gegroeid. In zijn pre-OUATIC werk was hij hoewel fotogeniek duidelijk jong en ervaren: een energieke spring-in-'t-veld die veel wilde en deed, maar die het gevoel voor acteren en filmmaken nog miste. In OUATIC was Jet duidelijk gegroeid. Hij was volwassener, stoïcijnser, gecontroleerder vooral. Hij acteerde, leefde zich in in zijn personage. Hij wàs Wong Fei Hung, waar hij eerder vooral Jet Li was die deed wat het personage hoorde te doen. De verandering zat 'm in de details, maar het maakte het verschil tussen een martial arts acteur en een ster. Jet consolideerde zijn status door met zorg zijn rollen te kiezen. Met films als Fong Sai Yuk, Swordsman II en twee vervolgen op OUATIC bleef hij in het new wave genre werkzaam. Maar ook een new wave duurt niet eeuwig. Toen Jet weigerde mee te werken aan OUATIC deel 4 en vertrok naar een concurrerende producent om daar voor Wong Fei Hung te spelen, was dat het begin van het einde. Zowel OUATIC 4, met de jonge Chiu Man Chuk als Jets vervanger, als Last Hero In China, de Wong Fei Hung-film die Jet maakte voor de concurrent, waren mislukkingen die niet in de schaduw mochten staan van het origineel.
Het publiek begon daarmee langzaam interesse te verliezen voor de new wave. Producenten bleven krampachtig vasthouden aan het genre, maar met wanhoopspogingen als OUATIC 5, met opnieuw Chiu Man Chuk, en Jet Li's eigen Kung Fu Cult Master werd de situatie er niet echt beter op. Voor Jet was het tijd om de knoop door te hakken. Traditionele kung fu-films waren, voor de tweede keer in zijn carrière, uit de mode. Opnieuw was de enige keuze een overstap naar moderner werk. En dat lukte wonderwel. Het voordeel was dat Jet dit keer niet vasthield aan zijn eigen stijl en zich in dienst stelde van het verhaal. In een serie moderne thrillers liet hij zien nog lang niet op te zijn en meer te kunnen dan klappen uitdelen. Films als Bodyguard From Beijing en My Father Is A Hero combineerden verschillende succeselementen, waaronder new wave-stijl vechtscenes en schietpartijen à la John Woo, en vonden gretig aftrek. Het publiek mocht dan genoeg hebben van de traditionele new wave-film, de beeldtaal van die stroming was inmiddels bij het HK'se filmvocabulaire gaan horen. Zodanig dat zelfs Jets terugkeer naar volbloed kung fu met het ongelooflijke Fist Of Legend, een remake van de Bruce Lee klassieker Fist Of Fury, een hit werd. Duidelijk was dat Jet definitief in de galerij der groten was aangeschoven. Voor de productiemaatschappij Win's Films was dat reden om Jet een lucratief meerjarig contract voor te leggen. Win's spaarde koste noch moeite, haalde de grootste regisseurs, gaf ze Jet Li en een enorm budget en liet ze entertainment met een hoofdletter E afleveren. In de drie gelikte crowd pleasers Dr. Wai (een originele variant op Indiana Jones), Black Mask (de HK versie van Batman) en OUATIC 6 (dat, hoewel verre van geslaagd, eindelijk weer eens succesvol was) was Jet de absolute ster, onder het toeziend oog van grote namen als Ching Siu Tung, Tsui Hark en Sammo Hung. En toen kwam Hollywood. In gespecialiseerde westerse media als Eastern Heroes en Impact werden deze drie films flink gehyped. Black Mask maakte een ronde langs diverse internationale festivals en tegelijkertijd werd de naam Jet Li steeds vaker verbonden met de naam Quentin Tarantino (die de Amerikaanse rechten op zowel Fist Of Legend als Black Mask kocht). Het duurde zodoende niet al te lang voordat het Hollywood establishment lucht kreeg van Jets talenten. Vergezeld van Corey Yuen Kwai, voormalig klasgenoot van Jackie Chan en een van HK's meest gerespecteerde en beste actieregisseurs en -choreografen, met wie Jet meermalen samenwerkte, toog hij naar LA alwaar de contracten voor Lethal Weapon 4 snel getekend waren. Voor het eerst in zijn leven gecast als slechterik speelt Jet een van de leiders van een Chinese misdaadorganisatie die oer-buddies Mel Gibson en Danny Glover, die nu al twaalf jaar bijna met pensioen aan 't gaan is, het excuus geeft om ongetwijfeld weer een halve stad met de grond gelijk te maken. Tijdens de opnames werd Gibson al onaangenaam verrast door Jets snelheid en souplesse toen bleek dat Jet hem zeven keer geraakt had voordat Mel zelf maar een arm kon uitsteken. Is er dan eigenlijk nog wel hoop voor held Mel? Of gaat Hollywood radicaal breken met de formule door de bad guy te laten winnen? Lijkt me zeer sterk. Gibson zal ongetwijfeld de langste adem hebben. Maar wij weten hoe het er echt aan toe zou gaan. Tom Mes Jet Li filmografie: Shaolin Temple (1982) regie: Cheung Hsin Yen Shaolin Temple 2: Kids From Shaolin (1984) regie: Cheung Hsin Yen Shaolin Temple 3: Martial Arts Of Shaolin (1986) regie: Liu Chia Liang Born To Defend (1987) regie: Jet Li & Tsui Siu Ming Dragon Fight (1988) regie: Billy Tang The Master (1990) regie: Tsui Hark Once Upon A Time In China (1991) regie: Tsui Hark Once Upon A Time In China 2 (1992) regie: Tsui Hark Swordsman II (1992) regie: Ching Siu Tung & Stanley Tong Once Upon A Time In China 3 (1993) regie: Tsui Hark Fong Sai Yuk (1993) regie: Corey Yuen Kwai Fong Sai Yuk II (1993) regie: Corey Yuen Kwai Last Hero In China (1993) regie: Wong Jing Kung Fu Cult Master (1993) regie: Wong Jing Tai Chi Master (1993) regie: Yuen Woo Ping New Legend Of Shaolin (1994) regie: Wong Jing & Corey Yuen Kwai Bodyguard From Beijing (1994) regie: Corey Yuen Kwai Dragons Of The Orient (1994) regie: Rocky Law Fist Of Legend (1995) regie: Gordon Chan My Father Is A Hero (1995) regie: Corey Yuen Kwai High Risk (1995) regie: Wong Jing Dr. Wai In The Scripture With No Words (1996) regie: Ching Siu Tung Black Mask (1996) regie: Daniel Lee Once Upon A Time In China And America (1997) regie: Sammo Hung Hitman (1998) regie: Tung Wei Lethal Weapon 4 (1998) regie: Richard Donner Lethal Weapon 4 draait vanaf 6 augustus in Nederland. |