Who Am I?


IK WAS EEN FIGURANT IN EEN JACKIE CHAN FILM

Om heel eerlijk te zijn: ik dacht echt dat het over was. Zo gauw ik hoorde dat Jackie Chan in Nederland was voor opnames van zijn nieuwste film Who Am I heb ik me ingeschreven als figurant bij het betrokken castingbureau. De eerste keer dat ze me belden voor een rol was ik niet thuis. De tweede keer beschikte ik niet over de benodigde garderobe (pak en stropdas, wie draagt nou zoiets?). Toen hoorde ik niets meer van ze. Ze zouden me niet meer bellen, ik wist het gewoon zeker. Ik had een rol geweigerd en nu gingen ze me straffen door nooit meer te bellen. Ik had het verprutst.


Maar zie daar. Een maand later en het verlossende telefoontje kwam alsnog. "Hallo Tom, met FTV Casting. We gaan vijf dagen lang opnames maken in een energiecentrale in Geertruidenberg. Kun jij op een van die dagen." Nee, ik kon niet op een van die dagen. Ik kon op al die dagen. Hoera, vreugde en jolijt. Ik mocht! Vijf dagen lang!

zaterdag 27 september

Ik moet me om kwart over zes 's ochtends bij het castingbureau melden. Ik sta als een duf konijn met maagkrampen om vijf uur op. Je moet er toch wat voor over hebben. Vanuit Rotterdam gaan alle figuranten per bus naar Geertruidenberg. Na een saaie reis van drie kwartier (niemand kent elkaar en dus wordt er nauwelijks gesproken. Dit kan ook aan het vroege tijdstip liggen) worden we bij aankomst in een klein hokje gepropt, om een veiligheidsvideootje over de regels van de centrale te bekijken. De helft slaapt er doorheen, de rest kijkt naar buiten. Als we het terrein weer oplopen zie ik een gast in joggingpak erg stoer wat boksoefeningen staan doen. "Wat een eikel", denk ik.

Dan is het zover. De groep wordt verdeeld in drie delen en ieder deel krijgt een ander type werkkleding: blauwe overalls, oranje overalls en plastic overalls. Degenen die vijf dagen blijven, krijgen de beste rol. Ik word in een plastic overall gehesen, krijg een rode veiligheidshelm op en ben benoemd tot "assistent van de wetenschappers". Dat is een goede rol, verzekert men mij. Als ik maar in beeld kom.

Die gedachte heeft mijn hersens nog niet verlaten of wij, de boys in plastic, worden al gelijk de set opgeroepen. Op dat moment kom ik de man in joggingpak weer tegen. Deze keer staat hij rustig te kijken naar de werkzaamheden. Nu herken ik hem pas. Het is Mike Lambert, een Engelsman die in veel HK-films speelt (Armageddon, Black Mask, etc.). In Who Am I speelt hij, zoals gewoonlijk, een van de bad guys. We raken in gesprek nadat ik zeg hem te herkennen. Hij is blij en verrast dat ik hem herken en hij blijkt gewoon een toffe gast te zijn. Ik trek de stoute schoenen aan en vraag hem voor een Project A-interview. Tot mijn stomme verbazing vindt hij dat een fantastisch idee. Met een glimlach van oor tot oor loop ik naar de set.



De eerste scene van de dag. Een vrachtwagen komt de garage in gereden en wij moeten erop af rennen en beginnen met uitladen. Na een uur te hebben gewacht beginnen we eindelijk met de eerste take. Het moet circa tien keer over ("Faster! Faster!" is het voornaamste vocabulaire van de assistent-regisseurs), maar dan staat het er naar tevredenheid op. Wij plastic pakken zijn zeer voldaan met onszelf.

We doen dezelfde scene na de lunch (chinese food!) nog eens, nu vanaf de achterkant gefilmd. Dankzij het gecompliceerde kraanshot en een technische storing duurt het geheel bijna twintig takes. Een van de van de onzen mag de rol van bad guy spelen en is vol in beeld. Hij wordt meteen uitgeroepen tot god der figuranten, want herkenbaar in beeld zijn is waar we allemaal naar streven. Tussen de shots door sta ik naast Brent Houghton, een Australiër die na zijn korte film The Huntsman als crew-lid aan drie HK films heeft meegewerkt en die hard op weg is zelf als regisseur te gaan slagen. Ook hij is zeer verbaasd dat ik hem herken en ook hij stemt toe met een interview. Als de komende vier dagen ook zo lekker gaan...

Er zijn figuranten die al sinds half acht vanochtend zitten te wachten. Buiten de plastic pakken (we worden nu al 'de condooms' genoemd) en een paar bad guys heeft nog niemand een scene gehad. Na de tweede scene breekt ook voor ons het wachten aan. De crew is bezig met het opzetten van explosies en dat vergt enorm veel tijd. Mike Lambert komt naar me toe om te zeggen dat hij a.s. donderdag alweer terug gaat naar Hong Kong. Het interview moet dus op korte termijn gebeuren. No problem. Ik vertel hem dat ik ook Brent Houghton voor een interview heb gestrikt en hij stelt een gezamenlijk interview voor. Goed idee.

Na twee uur wachten mogen alle figuranten opdraven voor de laatste scene van de dag, een explosie. De vrachtwagen die we vanochtend hebben moeten uitladen rijdt op topsnelheid de garage uit, terwijl daarachter een deel van de fabriek ontploft. En ik mag ervoor gaan lopen. Het is rennen voor je leven, maar na een aantal repetities staat het er in één take op. Ik loop vooraan en ben duidelijk in beeld. Triomf.

zondag 28 september

Ook vandaag moet ik om vijf uur het nest uit. Gelukkig komt een van de andere figuranten met de auto langs mijn home town en kan ik de rest van de dagen met hem meerijden naar Rotterdam. Anders had ik er nog vroeger uit gemoeten. De sfeer in de bus is een stuk losser. Er zijn veel nieuwe gezichten, maar veel figuranten kennen elkaar nog van zaterdag. Het verbaast me hoe makkelijk de onderlinge contacten worden gelegd. Figuranten zijn het laagste van het laagste op de set en dat schept een onderlinge band. Het is erg grappig om te horen hoe alle nieuwe figuranten hopen op een scene met Jackie Chan. Die hebben pech, want hij is er niet en hij zal ook niet komen. Er wordt op meerdere locaties gefilmd en Jackie zit in Rotterdam, niet in Geertruidenberg.

Deze ochtend is ongelooflijk vervelend. Het is koud en we hebben helemaal niets te doen. De figuranten moeten in het kamp (een grote tent op het terrein van de centrale) blijven tot ze opgeroepen worden voor een scene. Na bijna drie uur wachten heb ik er genoeg van. Ik ga de centrale in om te kijken bij de opnames.

Dat bevalt een stuk beter dan buiten in de kou zitten. Binnen is het warm en er gebeurt wat. Men is opnieuw bezig met explosies. De stuntlieden, waarvan er heel veel rondlopen, hebben zich ook in overalls gehesen en moeten de klappen ontwijken. Als Mike Lambert langsloopt vraag ik hem of dinsdagavond geschikt is voor het interview. Hij vindt het prima. We raken in gesprek over HK films en ik vertel over Project A magazine, over mijn filmscripts en over de korte film die ik ga maken (geen zorgen, mensen, hij komt eraan). Uiteindelijk staan we anderhalf uur te praten en mis ik mijn eerste scene van die dag.

Niet getreurd, want 's middags ben ik wel bij de les. Een enorme explosie in de centrale hal. En wij mogen er vlak langs lopen. Het is niet moeilijk om geloofwaardig over te komen als er een steekvlam van drie meter hoog vlak naast je wordt ontstoken.

maandag 29 september

Dat ik er weer om vijf uur uit moet doet me niets meer. Ik sta inmiddels fris en vrolijk op. Ik heb wel het gevoel dat ik compleet van de wereld ben. Ik doe niets anders meer dan deze filmopnames en dat zijn steeds werkdagen van 14 uur. Toch bevalt dit me eindeloos beter dan standaardwerk via een of ander uitzendbureau (van dat woord alleen al krijg ik spontaan huiduitslag).



Geen explosies vandaag. We krijgen een heuse dialoogscene. In een controlekamer van de energiecentrale worden de wetenschappers door de bad guys gedwongen een experiment te starten, dat compleet fout gaat en het ontploffen van de fabriek tot gevolg heeft. De wetenschappers worden gespeeld door drie Nederlanders, waaronder Mario de pizzabakker uit Spijkerhoek en de dokterszoon uit Zeg 'ns Aaa. Nummer drie wordt gespeeld door de Nederlandse productieleider van de film. Een man met het uiterlijk van een verdwaasde wetenschapper, maar zonder ook maar een greintje acteertalent. De scene, bestaande uit veel verschillende shots, duurt dan ook uren om op te nemen. De dialoog ken ik inmiddels uit mijn hoofd, want bij ieder verschillend shot figureren de plastic pakken weer duidelijk op de achtergrond. Regisseur Benny Chan (geen familie) geeft blijkbaar weinig om continuïteit, want op één bepaald moment in deze scene sta ik, als ze alle shots aan elkaar gaan monteren, op vijf verschillende plekken tegelijk.

Een aantal dingen heb ik inmiddels door: 1. in een plastic pak zweet je je helemaal gek, vooral in een kleine controlekamer vol filmlampen, 2. figureren is vooral veel wachten, 3. het eten is goed, maar je moet er wel voor in de rij staan, 4. de chinese crew geeft helemaal niets om de figuranten, totdat wij iets fout doen, 5. Mike Lambert is de enige in de hele productie die de tijd neemt om met diezelfde figuranten te praten en wordt daarom dus door ons op handen gedragen, 6. de chemische rook die in de film wordt gebruikt is een van de goorste dingen die ik ooit geroken heb, 7. als je niet in het kamp wacht, maar gewoon in de centrale gaat staan kijken heb je veel meer kans om voor een scene gevraagd te worden. Vooral dit laatste laat ik goed tot me doordringen en ik sta dan ook constant op de set. Dit tot ongenoegen van Annemiek, de begeleidster van het castingbureau, die haar best doet iedereen in het gareel te houden.

dinsdag 31 oktober

Opnieuw een dag vol explosies. Vandaag vliegen de ramen van de controlekamer eruit, worden er nog wat meer buizen opgeblazen (de centrale hangt vol met buizen, waar voor de opnames nep-buizen van karton doorheen zijn gehangen. Voor de duidelijkheid: het zijn deze laatste die worden opgeblazen. Om heel eerlijk te zijn zien de nep-buizen er totaal niet overtuigend uit. Maar zodra de belichting erop wordt gezet en je bekijkt het geheel op de monitor wordt het ineens prachtig.



Ik ga weer gewoon op de set staan en wordt opnieuw door assistent regisseur Cary Cheng gevraagd in een scene mee te doen. Er worden een aantal buizen tot ontploffing gebracht en ik en een aantal anderen moeten op de achtergrond in paniek wegrennen. Tijdens de repetities (waarin Cary gewoon Boem, Boem roept op het moment dat in de werkelijke opname de explosies af zouden moeten gaan) rennen we wat gezapig weg. Bij de derde repetitie blijkt het plotseling om de definitieve opname te gaan. Zelfs met de in allerijl aangebrachte oordopjes is de explosie keihard en we vliegen bijna over elkaar heen om als eerste weg te komen, waarbij er een aantal hard onderuit gaat. Brent, die vlak achter ons de rook verzorgt, ligt dubbel bij het aanschouwen van onze oprechte paniek.

Ik heb het inmiddels prima naar mijn zin. Ik praat met mensen op de set, heb voor vanavond het interview met Mike en Brent staan en ook Annemiek heeft er inmiddels vrede mee dat ze mij niet meer in het figurantenkamp ziet. Hoewel het ook vandaag weer een dag is geworden van bijna veertien uur, heb ik meer energie dan ooit als ik in de bus zit op weg naar Rotterdam. 's Avonds ga ik samen met een volbepakte Paul Posse (videocamera, statief en twee fototoestellen, die man weet van wanten) naar het Hilton waar we het interview houden. Het loopt als een trein en iedereen is zeer tevreden. Een strak interview voor Project A's (jubileum-) nummer 10, stapels foto's en een gezellig etentje na afloop, waarbij Brent me belooft een exemplaar van zijn film The Huntsman te sturen. Wat kun je je nog meer wensen?

woensdag 1 oktober

Voor vandaag zijn er slechts vijftien figuranten nodig in plaats van de gewoonlijke veertig. Er is afgesproken dat we met de auto gaan in plaats van met de bus. Ik rijd zoals gewoonlijk mee met Pieter, een van de andere vijf-dagen klanten. Dit maal gaan we rechtstreeks door naar de filmlocatie. Ik kan nu een uur later mijn bed uit. Wat een zegen. We zijn er om half acht en het duurt een half uur voordat de anderen aankomen, in... een bus.

Vandaag is de laatste dag van de opnames in de centrale en de sfeer is een stuk meer ontspannen. Ik hang zoals gewoonlijk weer op de set rond (Annemiek vind inmiddels ook dat ik gewoon op de set moet blijven) en opnieuw word ik door Cary gevraagd voor een scene. Het staat erop in één take. Wat wil je, met zo veel ervaring.

Tweede scene van de dag is de ontsnapping uit de exploderende controlekamer. Mike en zijn bad guys, de wetenschappers, en een aantal plastic pakken (de laatste twee groepen gespeeld door stuntlieden) rennen te midden van een vonkenregen naar buiten, voordat het gegijzelde fabriekspersoneel (waaronder ik, vanmiddag gedegradeerd tot het dragen van een oranje overall) ook in paniek naar buiten vlucht. Nadeel van deze scene is dat er maar twee mensen tegelijkertijd door de deur kunnen en er circa twintig naar buiten willen. Benny Chan en zijn vrienden blijken echter zeer behendig in het timen van scenes en na de rampzalige eerste repetitie (tien man vast in de deurpost en nog een paar erachter) gaat het met iedere oefening beter. De definitieve opname loopt perfect.

Het duurt twee uur voordat de allerlaatste scene geschoten kan worden. Ik zoek Mike op en stel hem nog wat vragen voor het interview, waaronder de vaste Project A-vragen, die ik ook nog aan Brent moet voorleggen. Ik hoop tijdens de laatste scene eindelijk een foto van een explosie te kunnen maken. Er zijn deze dagen veel ontploffingen geweest, maar ik heb er geen enkele kunnen fotograferen. In iedere scene moest ik namelijk zelf aan de bak. Ook nu gaat het weer niet lukken.

Pech dus. Dubbel pech, want tijdens de repetitie verzwik ik mijn enkel terwijl ik een trap afren. Het is gelukkig niet al te ernstig (of helaas niet al te ernstig, want dan had ik eruit gekund om een foto te maken), maar ik besluit bij de definitieve opname niet de trap te nemen en gewoon door te lopen. Het maakt niets uit, want we lopen door de achtergrond en komen toch niet in beeld, zo blijkt bij het bekijken van de, overigens zeer spectaculaire, opname.

De opnames zitten erop, cast en crew gaan op de foto, en de overvloedig aanwezige rommel wordt opgeruimd. Ik neem afscheid van Mike, die morgen naar huis vertrekt, met het vooruitzicht op een mogelijke samenwerking in de toekomst. Ik besluit terug te rijden met de bus in plaats van de auto en feliciteer mezelf met die keuze als ik zie dat het castingburo een VIP-bus voor de figuranten heeft geregeld. Compleet met leren fauteuils, drank en telefoon. De sfeer op de terugweg lijkt meer op een schoolreisje, als er driftig heen en weer wordt geschreeuwd en zelfs adressen worden uitgewisseld.

Ik heb vijf dagen lang in een apart wereldje geleefd en moet weer even wennen aan de alledaagse zaken. Geen nood. Morgen zijn er weer opnames in Rotterdam en dan ga ik gewoon weer kijken.

Tom Mes